Nieuwsbrief 3/2014        
           
 

Juli 2014

   

Rembrandt en Titiaan

Titiaan (afbeelding 1) geldt als één van de belangrijkste inspiratoren van Rembrandt.



Afbeelding 1. Titiaan (1485-1576), zelfportret, omstreeks 1570, 86 x 65 cm,
Museum Prado, Madrid.

In Nederland is maar één werk van Titiaan (Tiziano Vecelli of Vecellio) te zien. In het Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam hangt het mysterieuze schilderij Jongen met honden in het landschap (afbeelding 2). Titiaan schilderde dit schilderij toen hij tussen de 80 en 90 jaar oud was. Titiaan was de eerste schilder die overstapte van hout (paneel) op canvas (linnen) als drager voor zijn schilderijen.



Afbeelding 2. Titiaan, Jongen met honden in landschap, 99,5 x 117 cm, ca. 1570,
Boymans-van Beuningen.

Titiaan schilderde in zijn late periode zeer los en schetsmatig. De Nederlandse schildersbiograaf Karel Van Mander (1548-1606) maakt in zijn Schilderboek voor het eerst onderscheid tussen twee tegengestelde schildertechnieken: een nette (precieze) en een ruwe, grove (Venetiaanse) schilderstijl. Van Mander gebruikt het late werk van Titiaan als voorbeeld om de ruwe manier te illustreren. De grove schilderwerken moesten van een afstand bekeken worden om tot hun recht te komen (hij wrocht zijn dinghen met cloecke pinceel-streken henen, en ghevleckt, soo dat het van by geen perfectie, maer van verre te sien, goeden welstandt hadde). Illustratief voor de schetsmatige, losse toets in Jongen met honden in landschap is de druiventros die in de plooien van het lilaroze hemd door een enkele penseelstreek wordt aangeduid (afbeelding 3).

Afbeelding 3. Detail: druiventros in plooi.

Rembrandt gaf er zijn eigen draai aan door bezoekers van zijn atelier weg te trekken bij zijn schilderijen als ze dichtbij kwamen: “als de menschen, als zy op zyn schilderkamer kwamen, en zyn werk van digteby wilden bekyken, te rug trok, zeggende : de reuk van de verf zou U verveelen’. De Italiaanse schildersbiograaf Vasari gebruikte termen als: ‘lukraak’ en ‘penseelstreken als klodders’. Titiaan werd als het grote voorbeeld van de ruwe manier gezien. Hij kende vele bekende navolgers, zoals zijn leerling Tintoretto, Frans Hals en Rembrandt (afbeelding 4 en 5).
 
 
     
Afbeelding 4. Titiaan, Jongen met
honden (detail).
  Afbeelding 5. Rembrandt, Familieportret
(detail, Herzog Anton Ulrich Museum, Braunschweig, ca. 1665, 126 x 167 cm

Volgens de grote Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering, geraakte Rembrandt na de voltooiing van de Nachtwacht (en het overlijden van zijn vrouw Saskia) in een artistieke impasse. Hij had met de voltooiing van de Nachtwacht de grenzen van het “Clair-obscur effect” en “uiterste levendigheid van figuren” bereikt. Hoe nu verder? De oplossing voor deze crisis zou vanaf dat moment het toepassen van Titiaans ruwe schildertrant zijn geweest. Rembrandt voegde aan de Titianeske schilderwijze het pasteuze, licht weerspiegelend verfoppervlak toe (Afbeelding 6 en 7). Deze fase wordt doorgaans Rembrandts latere stijl genoemd.


Afbeelding 6. Rembrandt, Joodse bruid, detail: lichtweerspiegelende impasto op mouw.

Afbeelding 7. Rembrandt, Nachtwacht (detail) : lichtweerspiegelende impasto op jasrand.

Bronnen
Ernst van de Wetering, Rembrandt in nieuw licht, Local World, 2009.
Anna Tummers, Frans Hals. Oog in oog met Rembrandt, Rubens en Titiaan, Frans Hals Museum / nai010 uitgevers, 2013.
Ernst van de Wetering, The Painter at Work, Amsterdam University Press, 1997.
Carel van Mander, Het Schilder-boeck, 1604.