Nieuwsbrief 4/2014        
           
 

Oktober 2014

    Rembrandt en Rubens: bewonderaars van Adriaen Brouwer

Rembrandt was kunstenaar èn kunsthandelaar. Uit een boedelbeschrijving die werd opgemaakt voor een openbare verkoping van zijn bezittingen, bleek de helft van de te verkopen schilderijen van Rembrandt zelf. De andere helft bestond bijna geheel uit werken van oude meesters. Adriaen Brouwer was als oude meester het best vertegenwoordigd met zeven schilderijen. In de boedelbeschrijving werd ook nog “een boeck met teeckeninge van Ad. Brouwer” vermeld.

Ruim tien jaar na de openbare verkoping blijkt Rembrandt, via de kunsthandel van zijn zoon Titus, nog steeds enkele Brouwers te bezitten: een quacksalver (afbeelding 1), een sieck boertje, een tobackdrinker en een tanttrecker (afbeelding 2). De kwakzalver had het faillissement blijkbaar “overleefd” want dit schilderij was één van de zeven schilderijen uit de boedelbeschrijving.

   
         
Afb 1. De kwakzalver
(28 x 25cm),
Hermitage, St Petersburg
  Afb 2. De tandentrekker
(27 x 33 cm), Museum
voor Schone Kunsten, Gent
  Afb. 3. Herberginterieur
(35 x 26 cm)
  Boymans, Rotterdam

Adriaen Brouwer (1605-1638) werd geboren in Vlaanderen te Oudenaarde en was de belangrijkste boerenschilder van zijn tijd. Veel is er over zijn jeugd niet bekend. Vast staat dat hij op 20-jarige leeftijd (!) in Amsterdam als expert gevraagd wordt om 32 schilderijen te taxeren. Zijn werk was bijzonder populair. Diverse bronnen spreken van “wijtberoemd” . De meeste kunsthistorici menen dat hij in Haarlem onder invloed van Frans Hals heeft gestaan.

Brouwer was berucht om zijn liederlijke levenstijl: … en was zig niet magtig, als hy geld had, zich van drinken, zwelgen en Boerteryen te onthouden”. Hij schilderde in de traditie van Breughel de zogenaamde sotte dulheyts des werelds in casu kroegtaferelen met rokers, drinkers, vechtersbazen en hoerenlopers. “Potsig (= los, losbandig, grof) was zyn penceelkonst, potsig zyn leven, Zoo de man was, was zyn werk. Hij schilderde meest kleine paneeltjes van circa 30 x 30 cm.

Zijn werk werd hogelijk geprezen en kende vele navolgers zoals Van Ostade, Teniers, Rijckaert en Van Craesbeeck. Naast Rembrandt was ook de beroemde Peter Paul Rubens een groot bewonderaar van Brouwer. Na zijn overlijden bevonden er in zijn nalatenschap niet minder dan 17 schilderijen van Brouwer. Een van deze schilderijen “Une Teverne ò l’on est assis aupres du feu” (=eene kroeg waar men bij het vuur zit), is zeer waarschijnlijk het “Herberginterieur” (afbeelding 3) in het Boymans museum te Rotterdam. Vooral de dronken man vooraan op het “Herberginterieur”, die stokstijf op een smal bankje in slaap is gevallen, is een bezoek aan Boymans meer dan waard.

Rembrandt, Rubens en anderen waren vooral onder de indruk van de brede, grove, vlotte penseelstreek en om zijn gave om de afgebeelde figuren, op expressieve wijze, een hoogst individueel karakter te geven. Waarschijnlijk had hij zich dit eigen gemaakt bij Frans Hals. Brouwer’s schilderijen lijken met grote snelheid te zijn vervaardigd. Een van de verklaringen hiervoor is dat hij veelal in de kroeg schilderde en zonder geld op zak, de drankrekening met ter plekke vervaardigde schilderijen (èn tekeningen) betaalde.

Brouwer overleed ziek en berooid. Hij werd begraven in een “pestput”: Na dat hy eenigen tyd te Parys en elders om gezworven had; en Venus en Bacchus teffens te yverig gedient had, kwam hy ziek zynde te rug tot Antwerpen, en arm zynde tot het Gasthuis, daar hy na verloop van twee dagen kwam te sterven, en voorts by de dooden in den pestput geworpen met stroo en kalk gedekt werd. Toen Rubens hiervan op de hoogte werd gebracht, liet hij Brouwer opgraven en gaf hem vervolgens een fatsoenlijke begrafenis in de Kerk der Karmelieten, onder een grote toeloop van Volk.

Bronnen
Jeroen Giltaij, Zinnen en minnen, Hatje Cantz Publishers, 2005
Pieter Biesboer, Satire en vermaak, Waanders Uitgevers, 2003
Bob van den Boogert, Rembrandts Schatkamer, Waanders Uitgevers/Museum het Rembrandthuis, 1999
Abraham Bredius, De nalatenschap van Rembrandt’s schoondochter, Oud Holland, 29 (1911) nr.1
Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, B.M. Israël Amsterdam, 1976
Het leven van Adriaen Brouwer, http://home.scarlet.be/~tsd64338/brouwer/5.html